Voorbeeld jong dementerenden

Over Margriet en Hans

Alleen voelt ze zich. Maar ook bang. Bang om alleen de straat op te gaan. Ze is al een paar keer verdwaald. En als ze dan de weg moet vragen, schaamt ze zich zo. Thuis hangen overal briefjes. Die helpen haar herinneren wat ze zeker niet mag vergeten. Dat is zo vervelend. Maar niet meer de straat op kunnen… dat vindt ze nog erger.

Haar naam is Margriet, 55 jaar oud, weduwe met een dochter die dertig kilometer verderop woont met haar gezin. Nog niet zo lang geleden werkte Margriet nog. Maar door haar dementie kon ze het werk niet meer aan. Sinds een maand of twee gaat ze drie dagen naar de dagopvang voor jong dementerende mensen. Dan blijven er nog vier dagen over… Op zondag gaat ze meestal naar haar dochter maar die wil ze ook niet te erg belasten. De vriendinnen komen niet meer zo vaak en er naar toegaan is te moeilijk geworden.

En zo klopt de dochter van Margriet bij Handjehelpen aan. Ze heeft van de dementie-consulent van haar moeder gehoord dat er maatjes bestaan die met jong dementerende mensen iets actiefs gaan ondernemen. En dat is nu net wat ze voor haar moeder zoekt. Een week later, na de kennismaking van de projectleider met Margriet, komt Anne langs. Tussen Anne en Margriet klikt het meteen en ze spreken af om wekelijks een eind te gaan fietsen. Sindsdien heeft Margriet niet alleen het plezier van die paar uren fietsen met Anne, maar ook het vooruitzicht dat ze er volgende week weer zal zijn. En Anne? Die geniet! Die geniet van het contact met Margriet, van die paar uurtjes fietsen en van het feit dat ze de ander iets geeft waar ze zich zelf rijker door voelt. En natuurlijk is het soms ook zwaar en verdrietig om te zien hoe Margriet achteruit gaat en hoe ze daar zelf mee worstelt. Tijdens intervisiebijeenkomsten van Handjehelpen wordt dit besproken. Voor Anne is dat altijd een moment van erkenning en herkenning: mensen die hetzelfde doen als zij en die de blijdschap maar ook het verdriet kennen van een maatjescontact.

Hans kijkt voor zich uit. Hij zucht. En zucht nog eens. De zoveelste dag dat hij tot niets komt. Voor zijn vrouw Ria is dit moeilijk om aan te zien. Zij is nog maar 55 en staat volop in het leven. Maar dat gold ook voor Hans van 63. Hij is echter een paar jaar geleden door een reorganisatie in het aannemersbedrijf zonder werk geraakt, maar als Ria en Hans eerlijk zijn, weten ze dat er toen al meer speelde bij Hans. En dat klopt, want hij heeft een jaar geleden de diagnose ‘vasculaire dementie’ gekregen. Hij kreeg als timmerman het werk niet meer in orde. En nu kan hij niet eens meer iets oppakken. Hij zit maar en zit maar… Ria kan daar slecht tegen,en hij wordt er somber van. Hij gaat nu twee dagen per week naar een Ontmoetingscentrum.

Door de dementie-consulent wordt het echtpaar gewezen op het maatjesproject voor jong dementerenden. Na een kennismaking met de projectleider komt Bertus langs, een oud-docent scheepsbewerking. Het is snel duidelijk dat de liefde voor het hout de beide mannen in het bloed zit en dat maakt dat Hans over de gêne heen kan stappen, die zijn dementie veroorzaakt. Vaak komt hij niet meer zo goed op woorden of weet hij niet meer wat hij wilde zeggen. Maar op de één of andere manier weet Bertus daar prima mee om te gaan en kunnen ze er zelfs soms samen om lachen. Elke week is het raak. Of Hans nu wel of geen zin heeft, ze gaan wandelen en als het weer even meezit bezoeken ze de haven. Ondertussen praten ze over van alles en over hout. Telkens als ze thuiskomen is Hans blij dat hij er uit is geweest en Ria ziet haar mans blozende gezicht en geniet. Met z’n drieën praten ze nog even wat na en dan vertrekt Bertus weer. ,,Tot volgende week, weer of geen weer, we gaan er op uit.’’. Voor Bertus is het contact een verrijking van zijn eigen leven. Dat is het voor Hans en zijn vrouw ook.